Informant: J. Vissers
Tekst en tekstbewerking: R.J. Munneke
Typewerk: Mevr. P.J. van Hove en Mevr. A.A. Smit
Fotowerk: I. Brussee en B. Bekooy
Foto's Cabinda : J. Vissers
Afwerking: W. Rosema
Druk: Stag-drukkerij Leiden
11- 82.

Toelichting bij de foto op de omslag:
Hoofdfiguur: Een vrouw die zich opheft om haar kussen te laten opschudden.

Gezegde: Wanneer je geen verwanten meer hebt, wie zal dan je kussen opschudden.

Betekenis: Ik heb geen verwanten meer die me tegen jou kunnen verdedigen. (R.V.V. 2966-14).
 

INHOUD

Voorwoord

Citaat Jan Vissers

1. INLEIDING
- Cabinda
- Bevolking
- Bafiote
- Linge

2. SPREEKWOORDENDEKSELS
- Eetgewoonten bij de Bafiote
- Spreekwoordendeksels
- Het oplossen van geschillen
- Harmonie
- Niet in het beklaagdenbankje
- "In der minne schikken"
- Spreekwoordendeksels: Ontstaan en interpretatie
- Een voorbeeld van het gebruik van een spreekwoordendeksel: "De luie slak"

3. BEELDSYMBOLEN EN HUN BETEKENIS
- Beeldsymbolen op trefwoord in alfabetische volgorde gerangschikt

4. VIJFENVEERTIG SPREEKWOORDENDEKSELS I

4. VIJFENVEERTIG SPREEKWOORDENDEKSELS II

Dit boekje is uitgebracht ter gelegenheid van de tentoonstelling "In der minne schikken, Sprekende deksels uit Cabinda" in het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden.

© Rijksmuseum voor Volkenkunde, Leiden 1982.
http://www.rmv.nl/
 


Voorwoord

De expositie "In der minne schikken", Sprekende deksels uit Cabinda, waarin een verzameling spreekwoordendeksels, afkomstig uit de Cabinda centraal staat, is in vele opzichten een bijzondere tentoonstelling.

Op drie stukken na, die van oudere datum zijn, werd de gehele verzameling van 138 deksels in 1952 verworven van de Nederlandse pater Jan Vissers. Deze was als missionaris van de Congregatie van de Heilige Geest, samen met zijn broer Frans, onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog naar de toen nog Portugese Protectoraat Cabinda vertrokken.

Op zichzelf is het niet uitzonderlijk dat het museum melding kan maken van een nieuwe aanwinst van een dergelijke omvang. Wat deze nieuwe aanwinst echter van meet of aan tot een bijzondere verrijking van de verzamelingen heeft gemaakt is, afgezien van de kwaliteit van de objecten, de voortreffelijke documentatie. Van alle stukken is ter plaatse de betekenis van de voorstellingen nagegaan; er ligt een diepgaande kennis van de lokale cultuur aan ten grondslag, opgedaan tijdens talloze gesprekken met o.a. inheemse specialisten op het terrein van de clangebruiken en het gewoonterecht. Door een andere cultuur open tegemoet te treden ontstond een museumverzameling van grote wetenschappelijke waarde, waarvan we mogen aannemen dat deze op korte termijn alleen nog maar zal toenemen.

Het doet mij genoegen in dit verband te kunnen aankondigen dat Jan Vissers, incidenteel bijgestaan door zijn broer Frans, zich met veel enthousiasme bereid heeft verklaard samen met Roelof Munneke, conservator van ons museum, te werken aan een uitgebreidere publicatie over de Bafiote samenleving. Behalve het oudere bezit uit de eigen collecties, dat voor een deel ook al in deze expositie verwerkt is, zullen daarbij ook zoveel mogelijk voorwerpen uit andere verzamelingen worden betrokken.

Dr. W.R. van Gulik
Directeur.
 
 


Jan Vissers, herfst 1981









In het nu volgende citaat uit de "Bode van de Heilige Geest" van 1948 beschrijft Jan Vissers de situatie waarin hij het verschijnsel van de spreekwoordendeksels in 1945 aantrof, na zijn aankomst in Cabinda:

"Nu ik toch aan het belijdenissen doen ben, moet er nog meer van mijn hart. Ik heb deze kunst tot hiertoe beschreven als een kunst die is, maar in waarheid is het een stervende kunst. De missionaris kan er nog wat van redden voor de etnografie, maar a alles wijst erop, dat er over vijftig jaar onder het volk zelf Been spoor meer van te vinden zal zijn. Daarom is er een ware koorts in me gevaren, om in mijn gebied zo gauw mogelijk te verzamelen - aan kennis en voorwerpen - wat er nog te verzamelen valt. Want ieder sterfgeval van een oude neger of negerin is wel haast een ramp voor de etnografie! Zo'n sterfgeval betekent, dat er een mond gesloten wordt die de onderzoeker dingen zou kunnen verhalen, waarvan de jongeren niet meer weten en waar ze ook geen interesse voor hebben. Zo'n sterfgeval betekent ook, dat niet alleen het huis, maar ook de gebruiksvoorwerpen (o.a. deksels!!) van dat oudje naar oud gebruik verbrand worden! Zoals in Holland de nationale klederdrachten steeds meer verdwijnen voor de "dernier cri de Paris", zoals in Holland alleen nog maar de oude garde steeds een massa spreekwoorden bij de hand heeft om er gesprekken mee te doorspekken en te verlevendigen, zo dringt ook hier de moderne geest steeds meer door, en verlaat men eeuwenoude gebruiken. Ik hoef dus geen jong Fiote vrouwtje om een deksel te vragen. Is zij rijk, dan heeft zij er van doodnuchter emaille, gekocht in de winkel van een portugees. Is zij arm dan bedekt zij haar pannetjes nog zoals haar voor-moeders dat in de alleroudste tijden deden: met een vochtig gemaakt en vele malen dubbel gevouwen palmblad. Slechts oude moedertjes bewaren en gebruiken nog de "sprekende" deksels. En voor haar is ieder deksel een deel van haar leven, een historie die ze zich herinnert, een reliek van een vreugdig of droevig gebeuren in haar huwelijksleven. Door deze heeft zij hem indertijd flink de waarheid gezegd toen hij er een tweede vrouw bijnam. Door die kwam er een einde aan een lange ruzie. Zo'n oudje kan ook alleen maar begrijpen en waarderen, dat de pater gek is op die deksels. De jongeren begrijpen daar niets van. Als ze de vreugde van de pater zien bij een nieuwe vondst, lachen ze een beetje hautain. Wat moet die pater toch met die zwartgeblakerde half verbrande stukken hout doen? Zelf heeft hij toch op zijn etenspotjes emaille deksels die mooier zijn en beter sluiten!"
 
 

Jan Vissers in Cabinda bij "zijn" Bafiote.










1 . INLEIDING

CABINDA

Cabinda is gelegen aan de westkust van Centraal-Afrika. Het maakt deel uit van de Republiek Cabinda en heeft een oppervlakte van +/- 10.000km en een bevolking van 80.000 zielen (1970).

Cabinda; het sluit niet aan bij de rest van Afrika. Het wordt omgeven door de Volksrepubliek Kongo - voorheen Kongo-Brazzaville - in het noorden en noordoosten en door de Republiek Zaire in het oosten en zuiden.
 
 

Het contact van de Portugezen met het Neder-Kongo gebied dateert al uit de 15e eeuw. Afbeelding van een driemaster op een kalebas. Cabinda, 19e eeuw.

Het ontstaan van de Cabinda dateert uit het voorlaatste decennium van de vorige eeuw. Het is één van de resultaten van de Kongo-conferentie van Berlijn (1884/85), waarbij dertien Europese landen en de V.S. betrokken waren. De geïsoleerde ligging ten opzichte van de rest van Angola draagt duidelijk het stempel van een politiek compromis. Er moest rekening worden gehouden met de historische aanspraken van Portugal op het kustgebied ten noorden van de Kongo-monding en met het meer recente gegeven van het in bezit nemen van een groot deel van het stroomgebied van de Kongo-rivier door de Belgen. Om de Belgen tegemoet te komen in hun verlangen naar een eigen verbinding over land met de Atlantische Oceaan werd een 50 kilometer brede corridor ten noorden van de Kongo-rivier gecreëerd. Tezelfdertijd werden de historische aanspraken van de Portugezen in die zin gehonoreerd dat het kustgebied ten noorden van deze corridor, aIs het  Cabinda, deel bleef uitmaken van hun koloniale rijk in Centraal-Afrika.


 
 

Een masker, een Europeaan voorstellend. Cabinda.









BEVOLKING

Waar de delegaties op de conferentie van Berlijn zich minder om bekommerden was de bevolkingssituatie in het Neder-Kongo gebied. Cultureel en taalkundig is de bevolking van Cabinda zeer nauw verwant met de eveneens Kikongo sprekende volken van Noord-Angola. Bovendien treffen we, met uitzondering van de Linge, alle belangrijke subgroepen van Cabinda - zoaIs de Vili, de Kakongo, de Woyo, de Sundi en de Yombe - ook binnen de grenzen van de hedendaagse nabuurstaten aan.

Dat door middel van de ondertitel van de tentoonstelling de herkomst van de "sprekende deksels" desondanks wordt beperkt tot Cabinda kan dan ook geheel vanuit een al in het voorwoord vermeld praktisch gegeven verklaard worden: De deksels zijn bijeen gebracht door Jan en Frans Vissers, die destijds in Cabinda gestationeerd waren. Het grote aantal deksels in Belgische verzamelingen, afkomstig van de Zaïrese Woyo, toont duidelijk het over de grens doorlopende verspreidingsgebied van het verschijnsel spreekwoordendeksel aan.

Toch is op dit punt bepaald nog niet alles duidelijk. Alhoewel in verschillende studies de deksels vooral met de Woyo in verband zijn gebracht is het eveneens een gegeven dat het grootste deel van de Vissers-collectie is verzameld bij de Linge, in de streek rond het clanhoofdsdorp Dinge. Dat wil zeggen in Noord Cabinda, ter hoogte van de kustplaats Landana.
 

BAFIOTE

In dit boekje is er daarom voor gekozen in deze fase van onderzoek een koppeling van spreekwoordendeksels met bepaalde subgroepen uit de weg te gaan; in het kader van de spreekwoordendeksels zal uitsluitend worden gesproken van de Bafiote, een in de literatuur min of meer in onbruik geraakte overkoepelende aanduiding voor alle subgroepen van Cabinda; * overigens een term die de plattelandsbevolking van de enclave nog steeds algemeen om zichzelf aan te duiden gebruikt.

* In het verleden werd Bafiote gebruikt als een aanduiding voor de sprekers van het Fiote, een taal die als een lingua franca door alle mensen in Cabinda werd verstaan.
 

LINGE

Tenslotte dient hier nog te worden vermeld dat de interpretatie van de beeldsymbolen niet alleen situatie-, maar ook tijd- en plaatsgebonden is. De betekenis van de voorstellingen op de deksels, in dit boekje gepubliceerd, is hoofdzakelijk gebaseerd op de gegevens die het resultaat zijn van de naspeuringen van Jan Vissers in het gebied van de Linge.

Een kookpot op drie kookstenen. Drukte in een Bafiote dorp tijdens de voorbereidingen voor een huwelijk.
 
 

1. INLEIDING  |  2. SPREEKWOORDENDEKSELS3. BEELDSYMBOLEN EN HUN BETEKENIS  |  4. VIJFENVEERTIG SPREEKWOORDENDEKSELS I  |  SPREEKWOORDENDEKSELS II